Officiële bepaling
Art. 353.
Officiële tekstsnapshotofficial_text_snapshot
- Corpuszijde
- Nieuw Strafwetboek · Boek II
- Referentiedatum
- Inhoudelijke status
- Inhoudelijke review in afwachting
- Operationele status
- In werking op de referentiedatum
Afwijkingen van het beroepsgeheim § 1. Eenieder, die uit hoofde van zijn staat of beroep houder is van geheimen en hierdoor kennis heeft van een misdrijf zoals omschreven in de artikelen 96 tot 101, 134 tot 149, 151 tot 165, 171 tot 174, 194 tot 202, 206 tot 211, 258, 310 tot 315, 328 tot 330, en 333 tot 337, gepleegd op een minderjarige, op een persoon in een kwetsbare toestand in de zin van artikel 79, 2°, of op een persoon in een kwetsbare toestand ten gevolge van partnergeweld of het gebruiken van geweld in naam van culturele drijfveren, gewoontes, religie, tradities of de zogenaamde "eer", kan, onverminderd de verplichtingen hem opgelegd door artikel 299, het misdrijf ter kennis brengen van de procureur des Konings in de volgende gevallen: - hetzij wanneer er een ernstig en dreigend gevaar bestaat voor de fysieke of psychische integriteit van de minderjarige of de bedoelde persoon in een kwetsbare toestand en hij deze integriteit niet zelf of met hulp van anderen kan beschermen; - hetzij wanneer er aanwijzingen zijn van een gewichtig en reëel gevaar dat andere minderjarigen of zoals hierboven bedoelde personen in een kwetsbare toestand het slachtoffer zouden worden van de in voormelde artikelen bedoelde misdrijven en hij deze integriteit niet zelf of met hulp van anderen kan beschermen. § 2. Er is geen misdrijf wanneer iemand die uit hoofde van zijn staat of beroep houder is van geheimen, deze meedeelt in het kader van een overleg dat wordt georganiseerd, hetzij bij of krachtens een wet, hetzij bij een met redenen omklede toestemming van de procureur des Konings. Dit overleg kan uitsluitend worden georganiseerd, hetzij met het oog op de bescherming van de fysieke en psychische integriteit van de persoon of van derden, hetzij ter voorkoming van de terroristische misdrijven bedoeld in titel 4, hoofdstuk 1, of van de misdrijven gepleegd in het raam van een criminele organisatie, bedoeld in artikel 406. De in het eerste lid bedoelde wet of de met redenen omklede toestemming van de procureur des Konings bepalen ten minste wie aan het overleg kan deelnemen, met welke finaliteit en volgens welke modaliteiten het overleg zal plaatsvinden. De deelnemers zijn tot geheimhouding verplicht wat betreft de tijdens het overleg meegedeelde geheimen. Eenieder die dit geheim schendt, wordt gestraft met een straf van niveau 2. De geheimen die tijdens dit overleg worden meegedeeld, kunnen slechts aanleiding geven tot de strafrechtelijke vervolging van de misdrijven waarvoor het overleg werd georganiseerd. § 3. De paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing op de advocaat voor wat betreft het meedelen van vertrouwelijke informatie van zijn cliënt wanneer die zijn cliënt mogelijk aan strafvervolging blootstelt.
Deze pagina geeft brongebonden wetstekst weer en bevat geen juridische interpretatie.
Officiële bron
29 FEBRUARI 2024. - Wet tot invoering van boek II van het Strafwetboek
- Bronklasse
- Officiële niet-authentieke werkconsolidatie
- Locator
- HTML · #list-title-3 > a:nth-child(2350)
- Bronspan
- Tekst 0–2757 · bron 11–2768
- Bronbestand
sha256:8d4560be4159…09cd7609- Exact tekstfragment
sha256:2f1fa5ade2e0…8d972044