Officiële bepaling
Art. 417/3.
Officiële tekstsnapshotofficial_text_snapshot
- Corpuszijde
- Oud Strafwetboek
- Referentiedatum
- Inhoudelijke status
- Inhoudelijke review in afwachting
- Operationele status
- Officiële werkconsolidatie
<ingevoegd bij W 2002-06-14/42, art. 5; Inwerkingtreding : 24-08-2002> Hij die een persoon aan een onmenselijke behandeling onderwerpt, wordt gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar. Het misdrijf bedoeld in het eerste lid wordt gestraft met opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar in de volgende gevallen : 1° als het is gepleegd : a) hetzij door een openbaar officier of ambtenaar, drager of agent van de openbare macht die handelt naar aanleiding van de uitoefening van zijn bediening; b) hetzij op een persoon [1 van wie de kwetsbare toestand ten gevolge van de leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek of onvolwaardigheid of precaire situatie duidelijk was of de dader bekend was]1; c) hetzij op een minderjarige; [4 d) hetzij op een chauffeur, een begeleider, een controleur of een loketbediende van een uitbater van een netwerk voor openbaar vervoer, een personeelslid door de FOD Justitie tewerkgesteld in een penitentiaire inrichting of binnen het veiligheidskorps, een personeelslid aangesteld voor het onthaal bij de politiediensten, een postbode, een brandweerman, een lid van de civiele bescherming, een persoon die een gezondheidszorgberoep uitoefent zoals bedoeld in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen, een lid van het personeel aangesteld voor het onthaal in de spoeddiensten van de verzorgingsinstellingen, een maatschappelijk werker of een psycholoog van een openbare dienst, VDAB-, FOREM-, ACTIRIS- of ADG-bemiddelaar, een lid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een erkend journalist, een advocaat, een notaris, een gerechtsdeurwaarder, in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van deze functie;]4 2° of wanneer de handeling een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een [2 ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid van meer dan vier maanden]2, hetzij het volledig verlies van een orgaan of van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking heeft veroorzaakt. Het misdrijf bedoeld in het eerste lid wordt gestraft met opsluiting van vijftien jaar tot twintig jaar : 1° als het is gepleegd op een minderjarige of op een persoon die uit hoofde van zijn lichaams- of geestestoestand niet bij machte is om in zijn onderhoud te voorzien, door de vader, de moeder of door andere bloedverwanten in de opgaande lijn, door enig andere persoon die gezag over hem heeft of die hem onder zijn bewaring heeft, of door iedere meerderjarige persoon die occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenleeft; 2° of als het de dood heeft veroorzaakt en gepleegd is zonder het oogmerk te doden. Het bevel van een meerdere of van een gezag kan het misdrijf bedoeld in het eerste lid niet verantwoorden. ---------- (1)<W 2011-11-26/19, art. 14, 084; Inwerkingtreding : 02-02-2012> (2)<W 2016-02-05/11, art. 10, 114; Inwerkingtreding : 29-02-2016> (3)<W 2022-03-21/01, art. 96, 148; Inwerkingtreding : 01-06-2022> (4)<W 2024-01-18/06, art. 36, 157; Inwerkingtreding : 05-02-2024>
Deze pagina geeft brongebonden wetstekst weer en bevat geen juridische interpretatie.
Officiële bron
8 JUNI 1867. - STRAFWETBOEK.
- Bronklasse
- Officiële niet-authentieke werkconsolidatie
- Locator
- HTML · #list-title-3 > a:nth-child(5665)
- Bronspan
- Tekst 0–3087 · bron 13–3100
- Bronbestand
sha256:10760819949a…b01f0504- Exact tekstfragment
sha256:556439f2ed6b…20e25789