Officiële bepaling
Art. 260.
Officiële tekstsnapshotofficial_text_snapshot
- Corpuszijde
- Nieuw Strafwetboek · Boek II
- Referentiedatum
- Inhoudelijke status
- Inhoudelijke review in afwachting
- Operationele status
- In werking op de referentiedatum
Verzwaarde mensenhandel en mensensmokkel § 1. Mensenhandel en mensensmokkel worden bestraft met een straf van niveau 4 indien: 1° het misdrijf is gepleegd ten opzichte van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand; 2° het misdrijf is gepleegd door misbruik te maken van de kwetsbare toestand waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand, zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of een geestelijk gebrek, zodanig dat de betrokken persoon in feite geen andere echte en aanvaardbare keuze heeft dan zich te laten misbruiken; 3° het misdrijf is gepleegd door direct of indirect gebruik te maken van listige kunstgrepen, geweld, bedreigingen of enige vorm van dwang, of door ontvoering, machtsmisbruik of bedrog; 4° het misdrijf is gepleegd door het aanbieden of aanvaarden van betalingen of om het even welk voordeel om de toestemming te verkrijgen van een persoon die gezag heeft over het slachtoffer; 5° het leven van het slachtoffer opzettelijk of door grove nalatigheid in gevaar is gebracht; 6° het misdrijf een integriteitsaantasting van de derde graad heeft veroorzaakt; 7° van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt; 8° het misdrijf werd gepleegd met een discriminerende drijfveer; 9° het misdrijf een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet. De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn. Indien de mensenhandel met als doel de uitbuiting van prostitutie of andere vormen van seksuele uitbuiting werd gepleegd ten aanzien van een minderjarige, zijn de bepalingen van hoofdstuk 3, afdeling 2, van toepassing. § 2. Mensenhandel en mensensmokkel worden bestraft met een straf van niveau 5 indien: 1° het misdrijf de dood van het slachtoffer heeft veroorzaakt, zonder dat het misdrijf werd gepleegd met het oogmerk te doden; 2° het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een criminele organisatie betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet. De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.
Deze pagina geeft brongebonden wetstekst weer en bevat geen juridische interpretatie.
Officiële bron
29 FEBRUARI 2024. - Wet tot invoering van boek II van het Strafwetboek
- Bronklasse
- Officiële niet-authentieke werkconsolidatie
- Locator
- HTML · #list-title-3 > a:nth-child(1613)
- Bronspan
- Tekst 0–2380 · bron 11–2391
- Bronbestand
sha256:8d4560be4159…09cd7609- Exact tekstfragment
sha256:adc9212577bf…03647f99