Officiële bepaling
Art. 371.
Officiële tekstsnapshotofficial_text_snapshot
- Corpuszijde
- Nieuw Strafwetboek · Boek II
- Referentiedatum
- Inhoudelijke status
- Inhoudelijke review in afwachting
- Operationele status
- In werking op de referentiedatum
Terroristisch misdrijf § 1. Een terroristisch misdrijf is het plegen van een misdrijf bedoeld in de paragrafen 2 en 3 dat door zijn aard of context een land of een internationale organisatie ernstig kan schaden en opzettelijk gepleegd is met het oogmerk om een bevolking ernstige vrees aan te jagen of om de overheid of een internationale organisatie op onrechtmatige wijze te dwingen tot het verrichten of het zich onthouden van een handeling, of om de politieke, constitutionele, economische of sociale basisstructuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen. § 2. Als terroristisch misdrijf wordt onder de voorwaarden bepaald in paragraaf 1, aangemerkt: 1° het opzettelijk doden bedoeld in titel 3, hoofdstuk 1, afdeling 1; 2° de foltering bedoeld in titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 1 en de onmenselijke behandeling bedoeld in titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 2; 3° de gewelddaden bedoeld in titel 3, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 1 en de vrouwelijke genitale verminking bedoeld in titel 3, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2; 4° de misdrijven die een aanslag zijn op de individuele vrijheid bedoeld in titel 3, hoofdstuk 5; 5° de grootschalige vernieling of beschadiging bedoeld in de artikelen 514, 516, 517, 518, 526, 3°, 532 en 533, in artikel 2.4.5.6 van het Belgisch Scheepvaartwetboek, en in artikel 114, § 4, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht of aanzienlijke economische schade wordt aangericht; 6° de informaticasabotage bedoeld in de artikelen 531 en 532; 7° het kapen van vliegtuigen bedoeld in artikel 30, § 1, 2°, van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart; 8° de misdrijven van piraterij en daarmee gelijkgestelde misdrijven bedoeld in artikel 4.5.2.2 en 4.5.2.3 van het Belgisch Scheepvaartwetboek; 9° de misdrijven bedoeld in het koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 februari 2000, en die strafbaar zijn gesteld door de artikelen 5 tot 7 van de wet van 28 mei 1956 betreffende ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmee geladen tuigen; 10° de misdrijven bedoeld in de artikelen 505, 506, 507, 508, 509, 510, 511, 513, tweede lid, alsook in artikel 2.4.5.5 van het Belgisch Scheepvaartwetboek in de omstandigheden bedoeld in artikel 4.1.2.17, § 2, van het Belgisch Scheepvaartwetboek, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht; 11° de misdrijven bedoeld in de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens; 12° de misdrijven bedoeld in artikel 2, eerste lid, 2°, van de wet van 10 juli 1978 houdende goedkeuring van het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie en de aanleg van voorraden van bacteriologische (biologische) en toxinewapens en inzake de vernietiging van deze wapens, opgemaakt te Londen, Moskou en Washington op 10 april 1972; 13° de poging, in de zin van artikel 9, § 1, tot het plegen van een van de misdrijven bedoeld in de bepalingen onder 1° tot 12°. Behalve indien het misdrijf strafbaar is met een straf van niveau 8, worden de straffen voorzien voor de misdrijven opgesomd in het voorgaande lid, vervangen door een straf van het onmiddellijk hoger niveau . § 3. Als terroristisch misdrijf wordt onder de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1 eveneens aangemerkt: 1° andere dan in paragraaf 2 bedoelde grootschalige vernieling of beschadiging, of het veroorzaken van een overstroming van een infrastructurele voorziening, een vervoerssysteem, een publiek of privaat eigendom, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht of aanzienlijke economische schade wordt aangericht; 2° het kapen van andere transportmiddelen dan die bedoeld in de bepalingen onder 7° en 8° van paragraaf 2; 3° het vervaardigen, bezitten, verwerven, vervoeren, of leveren van kernwapens, radiologische wapens of chemische wapens, het gebruik van kernwapens, biologische, radiologische of chemische wapens, alsmede het verrichten van onderzoek in en het ontwikkelen van radiologische of chemische wapens; 4° het laten ontsnappen van gevaarlijke stoffen waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht; 5° het verstoren of onderbreken van de toevoer van water, elektriciteit of andere essentiële natuurlijke hulpbronnen waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht; 6° de bedreiging met het plegen van één van de strafbare feiten bedoeld in paragraaf 2 of in deze paragraaf. De misdrijven bedoeld in het eerste lid worden als volgt bestraft: a) het misdrijf bedoeld in de bepaling onder 6° wordt bestraft met een straf van niveau 3 wanneer de dreiging betrekking heeft op een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 2 of 3; het wordt bestraft met een straf van niveau 4 wanneer de dreiging betrekking heeft op een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 4 of meer; b) de misdrijven bedoeld in de bepalingen onder 1°, 2° en 5° worden bestraft met een straf van niveau 5; c) de misdrijven bedoeld in 3° en 4° worden bestraft met een straf van niveau 8.
Deze pagina geeft brongebonden wetstekst weer en bevat geen juridische interpretatie.
Officiële bron
29 FEBRUARI 2024. - Wet tot invoering van boek II van het Strafwetboek
- Bronklasse
- Officiële niet-authentieke werkconsolidatie
- Locator
- HTML · #list-title-3 > a:nth-child(2506)
- Bronspan
- Tekst 0–5357 · bron 11–5368
- Bronbestand
sha256:8d4560be4159…09cd7609- Exact tekstfragment
sha256:323e4ae28484…377e54b9